familie de Brouckere

De familie de Brouckere is ons bekend uit de archieven vanaf de 14de eeuw. De stam gaat terug naar de elf edele geslachten van Ieper die een belangrijke rol speelden binnen het adellijke leven van de late 13de en 14de   eeuw én de woelige Vlaamse ontvoogdingsstrijd tegen de Franse koningen.Tot de late 16de eeuw blijven de archiefgegevens fragmentair: wat we weten is de vrij intense betrokkenheid met de heersende vorstenhuizen als de Bourgondische hertogen en later de Spaanse hertogen. In de 16de  eeuw worden leden van de familie al geciteerd als Baljuw van Moorslede, een ambt dat ze tot de late 17de eeuw bezetten.

 

Interessant voor Torhout wordt het vooral vanaf de 17de eeuw. Tijdens de tweede helft van de 16de eeuw werd het midden van West - Vlaanderen zwaar getroffen door de oorlogstoestanden rond de godsdienstoorlogen: het volledige gebied werd ongeveer verwoest, slechts enkele huizen stonden nog overeind. Met de vroege 17de eeuw kwamen er ook andere bewindsvoerders, de Spaanse Habsburgers voor de Zuidelijke Nederlanden doch ook voor het voormalige Land van Wijnendale, eigendom van de familie van Kleef kwam er verandering. Na zware successiediscussies ging Wijnendale naar Duitse eigenaars over die er hun eigen administraties vestigden. Deze administraties werden in de loop van de 17de en 18de eeuw door de verankering met enkele grote families steeds belangrijker.

 

In de vroege 18de eeuw vinden we de naam de Brouckere terug binnen het Land van Wijnendale en Torhout, eerst Pieter Georgius de Brouckere (1682-1734) en diens zoon Joannes Baptiste de Brouckere (1716-1794)  die Ontvanger binnen het Land van Wijnendale, beëdigd landmeter en later ook griffier van het Land van Wijnendale was, dit in de periode 1740-1754. De relatie met de familie Moke speelde hierin een niet onbelangrijke rol: de zuster van Joannes Baptiste de Brouckere, Maria Georgia de Brouckere was gehuwd met Petrus Emmanuel Moke, griffier van het Land van Wijnendale.

Vanaf het midden van de 18de eeuw speelt de familie een vooraanstaande rol in de geschiedenis van de streek.

 

De kinderen van Joannes Baptiste de Brouckere maakten verder carriere. Vooral Carolus ( Charles) de Brouckere (1757-1830) was van belang als latere gouverneur van Limburg.

Met zijn kinderen belanden we volledig in de 19de-eeuwse nationale politiek: Charles M.J. de Brouckère (1796-1860) werd Belgisch staatsman en burgemeester van Brussel tussen 1846 en 1860, broer Henri M.J. de Brouckère (1801-1891) procureur en later Eerste Minister. Ook een derde broer Eduard A.B. de Brouckère (1802-1836) maakte carrière: hij werd afdelingshoofd van het Ministerie van Buitenlandse Zaken. Deze Brusselse tak van de familie belichten we verder nog uitgebreid.

 

De andere leden van het gezin van Jean Baptiste de Brouckere bleven aan de streek gebonden: dochter Maria Josepha de Brouckere (1758-1830) huwde met Pieter M.P. Fraeys, heer van Veubeke; Angela de Brouckere (1755-ca 1820) trouwde met Benoit B. Pol, rechter van de Rechtbank van Eerste Aanleg in Brugge, Monica de Brouckere( 1760-1852) huwde Petrus Georgius Lauwers, handelaar en latere burgemeester van Torhout en tenslotte Jean Baptiste de Brouckere ( 1763-1837), ontvanger van de Provinciale Belastingen en vrederechter te Torhout. Deze laatste zou de stamvader van de zgn. Torhouts - Roeselaarse tak worden.

In de rand is het ook niet onbelangrijk te verwijzen naar de genealogische banden met de familie Serruys in de 18de en vroege 19de eeuw die vanuit Torhout naar Oostende uitweek en de familie Fraeys die gedurende de 18de, 19de en 20ste eeuw een niet onbelangrijke brouwersfamilie in Torhout was.

 

 

De Brusselse tak de Brouckere in de 19de en 20ste eeuw

 

Carolus ( Charles) de Brouckère (1757-1830) was de eerste figuur binnen de familie die een niet louter regionaal - lokale loopbaan kende. Hij was vooral van belang als latere gouverneur van Limburg en was ook vader van Charles M., later burgemeester van Brussel en Henri H., de latere staatsman. Na zijn studies in de rechten maakte de Brouckere carrière als schepen van het Brugse Vrije ( 1787), rechter in verschillende rechtbanken tijdens de laatste jaren van het Ancien Regime en de Franse bezetter. Na de inval van de geallieerde legers werd hij in 1814 commissaris - generaal van Binnenlandse Zaken, in 1815 volgde de benoeming tot koninklijk commissaris voor de administratieve herinrichting van de provincies Namen en Henegouwen, in september 1815 volgde de aanstelling tot gouverneur van de provincie Limburg die op dat ogenblik de huidige provincies Belgisch- en Nederlands- Limburg omvatte. Als overtuigd orangist bleef hij ijveren voor een blijvende vereniging van de Nederlanden, ondanks heel wat tegenwind van eminente politici als de latere regent Surlet de Chokier. In 1828 nam hij ontslag als gouverneur van Limburg en kwam van Maastricht weer in Brugge wonen, waar hij geen deel meer nam aan het politieke leven. Het aandeel van zijn zonen bij de onafhankelijkheidsstrijd speelde hierbij een belangrijke rol. Met zijn kinderen belanden we volledig in de 19de-eeuwse nationale politiek.

 

Charles M.J. de Brouckère (1796-1860) werd Belgisch staatsman en burgemeester van Brussel tussen 1848 en 1860. Deze liberale politicus was reeds in 1824 lid der Provinciale Staten en Bestendige Deputatie van Brabant. In 1826 werd hij lid van de Tweede Kamer van de Staten Generaal waar hij zich profileerde als progressief liberaal en verdediger der administratieve scheiding tussen Holland en België. Na de onafhankelijkheid werd hij kortstondig Minister van Binnenlandse Zaken ( 1831-1832) doch hij zou zich vooral als directeur van de Munt (na 1832) en medestichter van de V.U.B. manifesteren. In dezelfde periode bewoog hij zich met flair in de kringen van de pasgestichte Bank van België waar hij één der grote figuren was naast J.R. Bisschofsheim, G.F. Davignon, A. Oppenheim, J. Serruys en andere illustere namen. Hij had er ook contacten met Josse Pierre Matthieu, (thésaurier van de concurrent, de Société Générale), die in 1833 het kasteeldomein van Wijnendale had gekocht.

In 1847 werd Charles de Brouckère raadslid en op 5 oktober 1848 burgemeester van Brussel. Tijdens zijn 12 jaar burgemeesterschap bracht hij heel wat ingrijpende werken tot stand: de urbanisatie van de wijken O.L.V.-ter-Sneeuw (1853), de Leopoldwijk ( 1854) de grote infrastructuurwerken rond de later ‘place de Brouckère'. Daarnaast zorgde hij in 1855 voor de heropbouw van de door brand vernielde Muntschouwburg.

Ook zijn kinderen bleven binnen de ‘hogere kringen': dochter Elisabeth (1820-1895) trouwde met bankier Jules Nagelmaekers van de gelijknamige bank. Haar broer Alfred de Brouckère ( °1827-ca 1895) werd Divisiechef van het Ministerie van Buitenlandse Zaken en later ook Senator.

 

 

 

Zijn broer Henri M.J. de Brouckère (1801-1891) kende een al even illustere loopbaan. Na een juridische loopbaan (substituut-procureur te Maastricht, procureur te Dendermonde) in de jaren 1820 werd hij lid van het Nationaal Congres in 1830. Nadien werd hij lid van de Kamer der Volksvertegenwoordigers en werd in 1840 benoemd tot gouverneur van de provincie Antwerpen. In 1845 werd hij ook gouverneur van de provincie Luik. Hij bleef dit niet lang: in 1849 wordt hij benoemd tot buitengewoon gezant en gevolmachtigd minister bij de H. Stoel en de Hoven van Italië. In 1849 werd hij Minister van Staat, in 1852 zou hij nog Minister van Buitenlandse Zaken worden.

Ook een derde broer nl. Eduard A.B. de Brouckère (1802-1836) maakte carriere: hij werd afdelingshoofd van het Ministerie van Buitenlandse Zaken doch overleed op vrij jonge leeftijd.

 

 

De Torhouts- Roeselaarse tak de Brouckere in de 19de en 20ste eeuw

Met de kinderen van Vrederechter Jean Baptiste de Brouckere krijgen we vooral naar een brok West-Vlaamse politieke en economische geschiedenis. Zoon Charles M.J. de Brouckère ( 1797-1850) werd notaris en later

burgemeester te Roeselare, de dochters Eugenia ( °1796), Sophia (°1800) en Marie (°1803) huwden

respectievelijk met Pieter Van Sieleghem, notaris en later burgemeester te Ichtegem, Maximiliaan Minne,

hoedenfabrikant te Torhout en Karel Angillis, koopman te Izegem.

 

Charles M.J. de Brouckère (1797-1850) werd burgemeester te Roeselare en speelde een belangrijke rol in het Roeselaarse politieke en ambtelijke leven na de jonge Onafhankelijkheid én in relatie met de hogere Brusselse kringen. De familiale banden zullen ook hier hun rol gespeeld hebben.

 

De kinderen van de Roeselaarse burgemeester blijven vooral in Roeselare wonen: interessant zijn Karel Theodoor de Brouckère (1825-1889), notaris en liberaal voorman te Oostende en Elisa de Brouckère ( 1827-1862), beiden gehuwd met broer en zus Ritter, een Luxemburgse burgerijfamilie die nauwe connecties met de Société Générale en de familie Matthieu, later Matthieu de Wynendaele, eigenaars van het gelijknamige kasteel, onderhielden. Eén van hun broers, Gustave de Brouckère (1829-1887) was fabrikant van linnen en textiel en werd de eigenaar van één der grootste fabrieken in de Rodenbachstad.

 

Van zijn kinderen nam Charles L.G. de Brouckère (1866-1931) de fabriek over en ontpopte zijn zoon Louis de Brouckère ( 1870-1951) zich tot socialistisch voorman.

 

Deze socialistische intellectueel werd gedurende de eerste helft van de 20ste eeuw één van de boegbeelden van de Belgische socialistische beweging. Als socialist was hij lid van de gemeenteraad van Brussel (1896-1904), van de Provincieraad van Brabant (1900-1906) en gecoöpteerd senator (1925-1926.) Hij vertegenwoordigde België bij de Volkenbond te Genéve in de jaren 1920, was voorzitter van de conferentie voor de ontwapening (1926). Daarnaast was hij ook professor aan de Université Nouvelle te Ukkel ( socialistische arbeidershogeschool) en aan de Vrije Universiteit van Brussel. In 1934 werd hij verkozen tot werkend lid van de afdeling voor morele en staatkundige wetenschappen aan de Koninklijke Academie voor Wetenschappen, Letteren en Schone Kunsten. Hij bleef ook een belangrijke rol spelen bij de uitbouw van de Socialistische Partij, was redacteur en directeur van het partijblad ‘Le Peuple' en schreef vele artikels over internationale politiek. Louis de  en Brouckère was ook een tijd kabinetschef van Emile Van der Velde en trad op als voorzitter van de Tweede Internationale. Hij kantte zich uitgebreid tegen de planpolitiek van Hendrik De Man en bleef massa's artikels publiceren in binnen- en buitenlandse tijdschriften, dit tot zijn dood in 1951.

 

Louis de Brouckère (1870-1951)

 

De familie de Brouckère zou zich naar het einde van de 19de eeuw opnieuw iets meer op Torhout richten, dit door hun buitenverblijf in Groenhove, het ‘Châlet de Brouckère'. Louis de Brouckère zou er zeer regelmatig vergaderen met een aantal binnen- en buitenlandse socialistische figuren als Anseele en Huysmans. Zo verbleef ook medestander Elisée Reclus, notoir geograaf, anarchist en wetenschapper een vrij lange periode op het "Châlet". De zoon van Charles L.G. de Brouckere, Charles Marie de Brouckère ( 1896-1939) zou de laatste industrieel aan deze Roeselaarse zijde zijn: zijn zoon kunstschilder Carlo de Brouckère ( 1920-1985) vestigde zich later ook te Torhout.

 

 

Tekst uit : Michiel Mestdagh; Torhout, geschiedenis van een stad. Torhout, 2000, 284 p.

Cc de Brouckere
Aartrijkestraat 6
8820 Torhout
Tel.: 050 22 11 50
Fax: 050 22 27 90
E-mail: ccdb@torhout.be

 

Openingsuren:
Maandag tot vrijdag:
8.30u-12.00u en 14.00u-18.00u
Zaterdag: 10.00u-12.00u

Kalender

«  

mei

  »
ma di wo do vr za zo
 
1
 
2
 
3
 
4
 
5
 
6
 
7
 
8
 
9
 
10
 
11
 
12
 
13
 
14
 
15
 
16
 
17
 
18
 
19
 
20
 
21
 
22
 
23
 
24
 
25
 
26
 
27
 
28
 
29
 
30
 
31
 
 
 
 

Schrijf u hier in op onze nieuwsbrief

Cultuurcentrum de Brouckere op twitter

Links